Vissen voor het aquarium      door     Jan de Wit

    Als we de soorten van aquariumvissen, die liefhebbers in het algemeen in het aquarium houden, eens nader bekijken, en dat kan natuurlijk het beste als men de opgaven van de deelnemers aan de jaarlijkse huiskeuring neemt, geeft dit een redelijke doorsnede van de te houden vissen door de diverse liefhebbers, in dit geval liefhebbers van een gezelschapsaquarium, zoals genoemd als categorie  A-1 van de keurwijzer van de N.B.A.T.

    Het valt hierbij op dat we regelmatig dezelfde soorten tegenkomen. Het lijkt wel of de doorsnee liefhebber maar een keuze kan maken uit enkele soorten.

    Bovenaan het lijstje staan de Kardinaaltetra’s (Cheirodon axelrodi),

    die we in bijna ieder aquarium tegen komen. Nu is er natuurlijk niets mis met deze vissen, integendeel, ze zijn uiterst mooi en redelijk gemakkelijk te houden, terwijl ze in iedere aquariumzaak te koop zijn voor, ik zou haast zeggen, een habbekrats. Want wat is nu een euro voor een vis met dit uiterlijk. Deze Kardinaaltetra’s bevolken de middelste waterlagen, deze soort wordt dan aangevuld met voornamelijk op de bodem een groep Corydoras en aan de oppervlakte een groep Bijl-zalmen, Carnegiella strigata.

    We hebben nu een ideale esthetische combinatie, zowel in vorm als kleur.

    We kunnen deze combinatie een ijzeren visbestand noemen.

    Een aantal jaren geleden bestond er ook al een ijzeren visbestand en wel de 3-K’s genoemd, Kardinaaltetra, Kegeltje en Kongozalm, ik kan  het mij nog wel herinneren dat de bondskeurmeester Cor Stam dit zo uitdrukte.

    Gelukkig zien we dat er ook nog andere soorten, zij het niet in algemene zin, bij de bovengenoemde in de aquaria te vinden zijn, zoals b.v. Kegeltjes, wat Bar-bus-soorten en zo nu en dan enige Nannostomus beckfordi, een verdwaalde Labyrinth-vis, een (dwerg)-Cichlide, of enkele Ei-levendbarenden.

    Alhoewel er een bijzonder mooi gezelschapsaquarium op te zetten is met deze soorten is het toch wel jammer dat we ons zo beperken, terwijl het aanbod in de aquariumzaak toch zeker groter is dan de bovengenoemde soorten, misschien niet zo spectaculair qua kleur als een Kardinaaltetra maar minstens zo mooi en toch zeker interessant om te houden en te verzorgen.

    Probeer het maar eens met de hierna volgende soorten maar om het verhaal niet te lang te laten worden beperken we ons tot een aantal soorten uit Zuid-Amerika.In de familie Hyphessobrycon zijn een aantal soorten die het houden dubbel en dwars waard zijn, niet alleen qua kleur maar vooral vanwege hun gedrag, maar dan wel in een grote groep en hier bedoel ik dan wel een groep van minimaal 16 maar beter nog meer exemplaren per soort.

     Hyphessobrycon heterorhabdus , de Belgische vlagzalm. Een visje met drie kleurbanden met de kleuren rood, geel, zwart, de kleuren van de Belgische vlag. Het visje heeft een iets hogere vorm dan een Neon tetra, is gemakkelijk te hou-den en is erg levenslustig en laat zich goed zien in het aquarium. Zo’n 20 tot 30 jaar geleden kwamen we dit visje regelmatig bij de liefhebber tegen, nu is het een zeldzaamheid als we ze in de vissenwinkel tegenkomen, mijns inziens niet terecht want de Belgisch vlagzalm is zeker niet minder mooi als een Neon tetra e.d.

    Nog zo’n oude bekende is de Rode rio, Hyphessobrycon flammeusEen visje wat vroeger in geen enkel aquarium ontbrak maar tegenwoordig zien we deze visjes zelden bij de liefhebber in het aquarium zwemmen terwijl ze toch regelmatig in de handel worden aangeboden.

    Een reden kan zijn dat en dat geldt evenzo voor de Neon tetra Paracheirodon innesi, dat ze in onze huidige aquaria op een te hoge temperatuur worden ge-houden. Deze beide soorten verlangen een maximum temperatuur van 22 ° C. Indien we deze visjes op 26 ° C. houden dan beperken we de levensduur van deze vissen omdat ze dan in een te warme omgeving gehouden worden van wat ze van nature gewend zijn. Om dezelfde reden komen we  ook de Neon tetra niet zo dikwijls in de aquaria tegenkomen, alhoewel hier ook nog bij komt kij-ken dat hij veel lijkt op de Kardinaaltetra  Cheirodon axelrodi, waarvan ieder-een zegt dat die vele malen mooier zijn dan de Neon tetra, wat dan ook de reden is dat we de Neon tetra bijna niet bij de liefhebbers aantreffen, in mijn ogen vol-komen onterecht.

    De Citroentetra, Hyphessobrycon pulchripinnis, komen we gelukkig hier en daar nog wel eens tegen. Houdt deze vis, met zijn fel gele kleurtjes, in een groep van zo’n 16 tot 20 stuks en ze zijn een sieraad voor het aquarium. Ze zijn ge-makkelijk te houden en doen het goed op gewoon leidingwater en ze eten alles wat we ze aanbieden. Ze hebben wel een ruim aquarium nodig want het zijn flinke zwemmers.

    De Bloedvlektetra, Hyphessobrycon rubrostigma, ook wel te vinden onder de naam H. erythrostigma, is een fors uitgroeiende vis, mooi met een iriserende rose kleur en als een vaandel dragende rugvin die bij de mannetjes bijna uit kan groeien tot aan de staart.

    In de tijd toen er nog geen Kardinaaltetra’s verkrijgbaar waren was de Neon tetra een favoriete vis die tesamen met de Vuurneons, Hemigrammus erythro-zonus, de aquaria bevolkten. Deze Vuurneons waren zeer gewilde vissen, die met hun vurige lengtestreep een opvallende verschijning in het aquarium waren, zeker in aquaria met een goede beplanting en een donkere bodem. Het is jam-mer dat het aanbod van Vuurneons in de handel zo summier is, waar nog bij-komt dat de kwaliteit van de aangeboden vissen het niet haalt bij die van zo’n 30 jaar geleden.

    Een mooie groep Kardinaaltetra’s is een lust voor het oog, maar wat te denken aan een groep Paracheirodon simulans, de Blauwe neon. Ook een vis die we niet zo vaak bij de handel aantreffen, we moeten ze bestellen want ze worden waarschijnlijk alleen als wildvang aangeboden. Alhoewel het rood op het lichaam maar summier aanwezig is, is daar en tegen de blauwe band zeer intensief en bij gedempt licht sterk iriserend. We moeten alleen zorgen voor een goed milieu wat we ze kunnen aanbieden door gebruik te maken van regenwater.

    Op alleen leidingwater zullen ze het niet zo best doen en wordt de levensduur, jammer genoeg, bekort. Maar met een juiste milieu, dus geconditioneerd water, kunnen we minstens zo,n 6 jaar van een groep Paracheirodon simulans genie-ten. Bij mij zwemt er een groep van 18 stuks, waarvan de oudsten 6 jaar oud zijn, met veel plezier in het aquarium.

    Alle bovengenoemde soorten zijn uitgesproken scholenvissen en zij bevolken de middelste waterlagen. Om een esthetisch geheel te krijgen moet we deze groepen aanvullen met vissen die de bovenste waterlagen bevolken en vissen die de onderste waterlagen bevolken. Naast de reeds genoemde Bijlzalmen zijn er ook de Spatzalmen, Copella arnoldi en Pyrrhulina soorten zeer geschikt als bewoners van de bovenste waterlagen en eens wat anders dan Bijlzalmen, al-hoewel die ook mooi zijn.

    Aan de onderkant hebben we een grote keuze uit Corydoras soorten, maar kijk nu ook eens naar iets anders, b.v. Farlowella gracilis, als we in de kleinere soorten en in Zuid Amerika willen blijven.

    Maar in het esthetisch gezelschaps-aquarium hoeven we niet alleen vissen uit Zuid Amerika te houden. Ook de andere kant van de wereld herbergen vele mooie vissen voor ons aquarium.

    *  *  *