Verenigingsavond Aqua-Verniam 28-11-2016

    De lezing begint met de dia “…Melkweg of het galactisch stelsel 10 @ 15 miljard oud…” en de uitleg wat er in de kern van de zon plaatsvindt, d.w.z. het fusieproces, dat in drie fases plaatsvindt.

    Spreker laat zien, dat onze Aarde op de juiste afstand staat van de zon. Daarna wat er onder “licht” wordt verstaan.

    Fotosynthese startte ca. 3,5 miljard geleden waarbij de door de aquarianen zo verfoeide Cyanobacteriën zuurstof aan de atmosfeer afstonden. De atmosfeer bevat momenteel circa 20% zuurstof.

    Ons menselijk oog (netvlies) is op een deel van uitgestraald licht afgestemd. Licht bestaat uit verschillende golflengten en dat wordt zichtbaar gemaakt indien men licht door een prisma leidt. Men aanschouwt dan de spectrale kleurverdeling van de verschillende golflengten (zie ook regenboog). Spectrale kleuren lopen van 380 nm tot 780 nm. UV-C (185 tot 280 nm); UV-B (280 tot 315 nm; UV-A (315 tot 380 nm). De ozonlaag, die slechts een paar mm dik is, beschermt ons tegen gevaarlijke UV-C straling, doordat in een voortdurend proces UV-C zich verbindt met zuurstof (O2), waardoor het instabiele molecuul ozon (O3) ontstaat.

    Relatieve spectrale energieverdeling; niet alle golflengten zijn in gelijke mate aanwezig. Energieverdeling is niet constant maar afhankelijk van weer en tijd van de dag (zonsopgang en zonsondergang). ‘s Morgens is zonlicht rood (warm) en overdag blauw (koel).

    De kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in Kelvin (K). Hoe ‘warmer’ het licht hoe lager K. In de tropen varieert de K-waarde van 2500 K tot 9000 K. Er is een zeer korte schemering. Bij zonsopkomst scheert het licht in tropische gebieden met een snelheid 500 m/sec. door de boomtoppen. Men kan zich dan ook afvragen of de in vivaria toegepaste zonsopkomst van enigerlei waarde is.

    Reflectie en absorptie. Objecten reflecteren in de kleuren van het aangeboden licht. Objecten absorberen lichtenergie; wordt meestal omgezet in warmte (een zwarte auto absorbeert vrijwel alle lichtenergie). Sneeuw weerkaatst het niet geabsorbeerde licht. Denk aan Alpenglühen. Men kan ook kunstmatig wit licht maken door de drie primaire kleuren rood, groen en violet (blauw) in bepaalde verhouding te mengen.

    Daarna wordt aandacht besteed aan het begrip fotosynthese, alles steeds in het licht bezien van vivaria toepassingen. Voorts de benodigde verlichtingsduur voor fotosynthese en het absorptie maximum.

    Ruim aandacht wordt besteed aan oxidatie en reductie, zomede de bruto chemische reactie voor fotosynthese. Fotosynthese is één van de snelste processen in de natuur. Het vindt plaats in een triljoenste van een seconde, waarmee dit proces sneller is dan de bliksem!

    De verschillende golflengten hebben allen hun eigen energie; donkerrood bv. ± 165 kJ x mol-1 en violet ± 300 kJ x mol-1. Aansluitend worden de verschillende verlichtingsmogelijkheden belicht zomede de ontwikkeling van de hedendaagse TL-D’s. Dus bruikbare TL-D’s, verlichtingsduur, lumen, kleurtemperatuur (K) van de verschillende verlichtingsbronnen. Ook wordt aandacht besteed aan het meten van de verlichtingssterkte d.m.v. een ‘lichtmeter’, waarbij rekening dient te worden gehouden met de zogenaamde ‘verliesfactor’.

    Vanzelfsprekend komt de “Ra-waarde” (kleurweergave index) ter sprake. Spreker concludeert, dat belichting voor beplante aquaria daarom zo dicht mogelijk ‘groeilicht’ dient te benaderen; dus circa 5000 @ 6500 K. Uitzonderingen vormen Tanganyka/Malawi aquaria met 10000 K en zeewater aquaria met 15000 K.

    Spreker toont verschillende dia’s met bloeiende planten in zijn riparium.

    Daarna volgen de begrippen ‘lumen’ en ‘lux’. Spreker laat de verschillende verlichtingssterkten zien van de volle middagzon met 100000 lux tot maanlicht met 0,2 lux.

    Dan wordt aandacht besteed aan het meten van het fotosynthetisch proces in de glastuinbouw. Spreker toont een dia met de lux waarden die de verschillende planten prefereren. Ruime aandacht voor de verschillende verlichtingsmogelijkheden in de T8-techniek en de T-5 techniek.
    Verschillende TL-D’s worden onder de loep genomen. Dan volgt een prijsvergelijking van de verschillende lampen. Een dia laat spreker’s lichtkap zien, waarin hij – op één uitzondering na – slechts werkt met TL-D’s van Philips uit de Master serie, te weten de kleurtemperaturen 940, 950 en 865. Maanlicht wordt gerealiseerd door een led buisje van 0,7 Watt.

    Het fotosynthese rendement uitgedrukt in syn/Watt en effectieve straling tussen 400 en 725 nm wordt vergeleken, waarbij ook de CDM-lampen (Ceramic Metal Halide) worden beschouwd. Dan komt de CO2 fixatie ter sprake, d.w.z. de relatie tussen pH en KH voor een optimaal CO2 bereik. Ten slotte de alternatieve verlichtingsmogelijkheden waaronder de LED. Alles afgewisseld met zoveel mogelijk praktijkvoorbeelden.